Het streekproduct als lokaal issue van wereldwijd thema


Er is een wereldvoedselprobleem. Dat wisten we al. In 2010 zijn de wereldvoedselprijzen voor basisproducten als graan tot nieuwe hoogten gestegen. Dat nemen we aan. De VN indexcijfers zijn abstract. Een brood van de bakker op de hoek. Dat snappen we nog wel.

Streekproducten heten sterk in opmars te zijn. Dat is niet omdat we zo ontdaan zijn door de voedsel index. Dat is omdat boeren niet meer zoals vroeger kunnen boeren en burgers op zoek zijn naar écht eten, en niet naar dampende beurskoersen met hun smaak-, kleur- en geurstoffen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de hang naar transparantie en authenticiteit. Naar overzichtelijkheid en menselijke maat. En naar lekker eten natuurlijk. Want als de tijd is aangebroken dat de groenteboer zijn tomaten-met-smaak aanprijst, dan is het zorgelijk gesteld in onze voedselketen. En als de kipfilets met gemalen varkensbotten overeind worden gehouden, dan is onze halalburger mooi in de bips gewipt. Ahmed en Nouraldine doen het daarom al jaren. Boodschappen bij de Turk. Voedsel uit eigen streek. Weet wat je eet. Liever een geit uit de Anatolische bergen en olijven uit Antalya dan een foute Barnevelder. Dat heeft niks met godsdienst te maken, maar met verstand van lekker eten. En met respect voor kip en bip.

Hier op de Van Woustraat in Amsterdam, net even voorbij het onlangs geopende Stadskantine, zit zo'n Turk op de hoek. Op de andere hoek zit Albert Heijn. Daartussen zit nog een Turkse bakker en een Turkse fastfood tent. Eén grote Turkse supermarkt van kleine ondernemers. En daarnaast Albert Heijn met zijn anti-diefstal paaltjes bij de ingang waar je alleen met goed mikken met je rollator of kinderwagen doorheen kunt. De rest breekt er gewoon zijn nek over. Albert Heijn dus, versus de Turken. Albert Heijn geeft zijn all-in-one-klanten een all in one concept. 25.000 artikelen, non food in 3 tot 5 merkvarianten, food uit de massa productie, fris gewassen en strak in de lak. 75% van de artikelen is al tot hapklare blokjes of schijfjes gesneden, zodat je het alleen nog maar door elkaar hoeft te gooien en warm te stoken. Food as an app.

Da's bij de Turk wel anders. Daar moet je je voedingsmiddelen nog uitzoeken op appetijtelijkheid en moet je het ook zelf kleinsnijden. Alles zelf doen. Het schort omgorden , het mes slijpen en vergiet ter hand nemen. En als je dat niet wilt dan ga je naar de toko ernaast. Daar krijg je het niet alleen in hapklare brokken, maar ook een stoel onder de bips zodat je er direct van kunt genieten nu het nog warm is. Het is of je doet het zelf of wij verwennen je. Bij Albert Heijn valt het er allemaal net een beetje tussenin. Daar is het toch een beetje van: 'Ha handig, het kan alleen nog maar aanbranden!'

Ik vind het fijner bij de Turk om de hoek. Die laat me echt een keus. Als je wilt koken en kunt koken, dan moet je daarheen. Bij binnenkomst drukken de konijnenbilletjes zich al tegen het glas van de counter van slager Abdel. (Alles goed?). Dat noem ik nog een marketingwijsheid ook. Blote billetjes achter het glas op de voorpagina. Maar omdat ik niet altijd iets van de Anatolische plaat, maar ook wel eens van de Hollandse grond wil eten, moet ik de hele stad doorkruisen om mijn maaltje bij elkaar te scharrelen. Iedere goedbedoelende Amsterdammer die iets met een eerlijk Hollands product heeft, richt een winkeltje in en doet een bordje open/dicht op de deur. Maakt niet uit op welke hoek de winkel staat, want in Amsterdam zijn er overal mensen die een eerlijk product willen. Maar niet iedereen woont om de hoek en dat vergeet die Amsterdammer nog wel eens. Voorlopig zitten er tientallen Hollandse streek toko's in Amsterdam en honderden Turken.

Ik ben nog wel eens in Maastricht en daar gaan ze prat op hun streekproducten. Daar zou je dus denken dat je je nek breekt over echte knollen. Maar dat is dus helemaal niet waar. Iedereen heeft het erover, heel culinair Maastricht zet het op de kaart, maar ik breek me de nek over die middeleeuwse kasseien om van hier en ginder een brood, een bier, een wortel en een kaas bij elkaar te foefelen. Dat is leuk voor toeristen, maar niet voor degene die na zijn ontbijt gewoon aan het werk moet. Bovendien hebben veel van die leuke nieuwe authentieke winkels een hoge vrijwilligersmentaliteit en zijn ze vaak om 5 uur al gesloten of alleen op de meest feestelijke dagen open. Of je kunt ergens op woensdag op een afgesproken plek een bruine papieren zak ophalen, vol ongewassen seizoensgroenten. Op die manier blijft het streekproduct voor de gewone Hollander een feestje voor de zondagochtend en de vakantie.

Totdat Marqt zijn deuren opende. Dat is het antwoord op het Hollandse streekproduct. Alles draait daar om smaak, eerlijkheid en nabijheid. Een grote markthal is het eigenlijk. De slager, de kaas- en de visboer hebben er hun eigen shop in shop. De groenteboeren liggen bij elkaar op een Madagaskarachtig eiland en de kassa's zijn hypermoderne check out balies die nog het meeste weg hebben van de check in balies op Schiphol. Heerlijke jams en compotes uit de Marienwaard, piepers uit de polders van Noord Holland, eieren van de boer uit waterland, enzovoort.

Marqt is een typisch Nederlandse oplossing. We willen one stop shoppen voor ons voedsel én we willen lekker eten én we willen weten waar het vandaan komt. Of het wel een beetje eerlijk is wat ik het mijn mond stop. En dan moet het er ook nog mooi uitzien. Want voorlopig luidt het consumentenadagium nog steeds function follows form. Wormstekig mogen alleen de stukjes zijn die we erover schrijven.





1 reacties:

  1. Overigens kan ik aan het rijtje winkels er nog eentje toevoegen. Aan de andere kant van de Turk zit de Poolse supermarkt. Ook barstensvol streekproducten.

    BeantwoordenVerwijderen